Altijd omringd door eenzaamheid

“Zolang ik me herinner voel ik me rot. Ik heb pijn, dag en nacht. Altijd omringd door eenzaamheid, een schaduw over mijn leven. Een verkrampt gevoel in mijn hart, een schreeuw zonder geluid. Er lijken niet genoeg woorden te zijn om te beschrijven wat ik voel. Ik kijk vol haat naar mijn spiegelbeeld, ben boos dat ik nog ademhaal. De lach die ik overdag op mijn gezicht kan toveren verdwijnt zodra ik alleen ben.”

Dat schreef Lisa* (21) als tiener in haar dagboek. Vele jaren, diagnoses en opnames later kan ze haar gevoelens beter plaatsen. Maar de diepe eenzaamheid, het gevoel niet in deze wereld te horen, is altijd gebleven.

Geen veilige basis

“Het doet heel veel pijn om nooit een veilige basis gehad te hebben. Het enige wat ik ooit wilde was een veilige plek om te schuilen, een plek waar het ook goed was als ik me rot voelde. En dat was precies wat ik bij mijn ouders altijd miste. Sommige vrienden hebben herinneringen aan hoe het was voordat ze ziek werden. Ik heb dat niet. Als klein meisje wilde ik al dood.”

Risicobeleid

Lisa’s laatste crisisopname duurde uiteindelijk anderhalf jaar, bij gebrek aan een geschikte woonplek. Nu heeft ze eindelijk een plekje voor zichzelf, een vorm van beschermd wonen. Maar de steun waar ze op gehoopt had blijft uit.

“Vanwege mijn chronische suïcidaliteit hebben ze een paar jaar geleden risicobeleid op me ingezet. Nu krijg ik steeds te horen dat alles mijn eigen verantwoordelijkheid is… zelfs als ik plannen bespreek om er een einde aan te maken. Ik ervaar ook geen hulp of nabijheid meer van de hulpverleners. Het lijkt soms wel alsof ze een contract moeten tekenen waarin staat dat emoties verboden zijn.

Ik denk dat ze bang zijn dat ik afhankelijker word van de hulp. En dat ik voor de aandacht destructief doe. Mijn grootste probleem bij deze kliniek is dat in mijn dossier staat dat ik trekken van borderline heb. Terwijl mijn belangrijkste diagnose een ontwijkende persoonlijkheid is. Ik zal niet ontkennen dat ik destructief ben – dat is overduidelijk – maar dat is gewoon omdat ik de rust in mezelf niet kan vinden en me niet veilig voel bij mezelf. Volgens mij hoeft het niet zo uit de hand te lopen als ze mij steun en veiligheid kunnen bieden. Tijdens een opname bij een andere instelling was er bijvoorbeeld een nachtdienst die altijd met me meeliep naar bed en me instopte, en nou ja, echt wel om me gaf. Daardoor kon ik me veilig voelen en rustig worden, en gewoon gaan slapen. Ik heb mezelf nooit gesneden als zij werkte.

Steun?

Als ik me rot voel vraag ik mijn zus om een foto van mijn wondertjes, mijn neefje en nichtje, te sturen. Verder vraag ik haar niet heel veel om hulp of zo, maar ik voel me daar gewoon altijd welkom. Dat zijn wel de dingen die mij levend houden eigenlijk. Dat is echt mijn alles…

Vrienden val ik niet snel lastig. Eigenlijk heb ik mijn hele vriendenkring leren kennen tijdens mijn opname en dus heeft iedereen problemen. Ook bij hun gaat er veel mis qua hulpverlening. Als ik dan ook maar iets voor ze kan betekenen, dan doe ik dat graag. Ik ben ook eigenlijk altijd bereikbaar voor ze. Ik weet hoe het is om niet meer te willen leven. Mij helpt het niet als iemand me dan vertelt dat het leven ooit weer mooi wordt. Ik heb op zo’n moment dan liever dat iemand tegen me zegt: ‘ja, ik begrijp het, ik zie je pijn en ik snap ergens wel dat je niet meer kan.’

Einde (loos) gevecht

Het gevoel dat je in de meest kwetsbare periode van je leven moet opboksen tegen de GGZ in plaats van dat je geholpen wordt. Dat is toch belachelijk? Er is ook wel een periode geweest dat ik zelf niks wilde. Dat ik dacht, ik ga toch dood, dus het maakt allemaal niet meer uit.

“Nu denk ik dat de kans groot is dat ik dood ga, maar tot die tijd kan ik maar beter mijn best doen.”

Daarom heb ik nu ook heel bewust om hulp bij rouwverwerking gevraagd na de suïcide van een paar vrienden. Dat is gewoon iets heel concreets wat ik wil verwerken en waar ik normaal mee om wil leren gaan. Maar dat kan dan niet. Ik sta nu alweer bijna een jaar op de wachtlijst voor een psycholoog. Op dit moment heb ik helemaal geen vertrouwen meer in de hulpverlening. Daarom wil ik hier ook weg. Het liefst zou ik een studiootje in de binnenstad willen hebben om verder te werken aan mijn boek. Alleen dat tikken van mijn toetsenbord en verder helemaal niks. Schrijven tot ik niet meer kan.”

*De naam Lisa is vanwege privacyredenen gefingeerd.