Ik ben al negen jaar stabiel. Maar ik voel me voor het eerst toch weer een beetje wiebelig…

Na drie depressies kwam in 2009 de onvermijdelijke vierde. Heftiger dan ooit. Opname en ECT volgden. Op zich ook niet verwonderlijk na een zware periode van intensieve zorg waarna Antons* vrouw stierf. En dat allemaal in vijf maanden tijd.

“Eigenlijk kwamen de eerste drie depressies uit de lucht vallen, zeg maar. Er was niet iets specifieks waaraan ik ze kan relateren. Toen er bij mijn vrouw alvleesklierkanker werd geconstateerd, wisten we allebei dat ze dood zou gaan. Hoe lang ze nog had wisten we niet. Dus wilde Leonie* haar familie en vrienden regelmatig zien – zolang het kon. Ik kreeg betaald verlof en kon 24 uur per dag voor haar zorgen. Daar ben ik mijn toenmalige werkgever nog steeds dankbaar voor.

Toen de begrafenis achter de rug was, wilde ik maar één ding: weg! Wég van het huis waarin ze stierf, waar alles aan haar deed denken. En ik wilde bovenal rust. Alleen zijn. En dus vertrok ik naar het buitenland. Ik koos voor Praag. Daar ben ik ook met Leonie geweest en ik heb sowieso wat met Oost-Europa en Rusland.

Praag

In eerste instantie boekte ik een hotel voor een week. Dat beviel zo goed dat ik besloot langer te blijven. Ik huurde voor een maand een huis daar. Ging af en toe op en neer met het vliegtuig. Omdat ik wel wat ideeën had om handel te gaan drijven tussen Tsjechië en Nederland, besloot ik er nog een maand aan vast te plakken. Ik liet internet aanleggen en begon gewoon. Gewoon ja, omdat ik het gevoel had dat ik alles kon. Zag ook overal boodschappen in die ik feilloos vertaalde in betekenissen. Zo kwam ik langs een casino met van die gokautomaten. Gooide er wat Tsjechische kronen in en er verschenen allemaal engeltjes. Voor mij was dat een teken van mijn vrouw. Geloof het of niet: er kwam een enorm bedrag uitrollen! Achteraf gezien was dat een manie. Alleen wist ik dat toen niet. En jammer genoeg heb ik daarna ook nooit meer een manie gehad. Waarom jammer? Omdat ik écht de hele wereld aan kon.

Weer aan het werk

Na vier maanden vond ik dat ik het niet kon maken om nog langer betaald verlof te krijgen. Met daarmee het besef dat Leonie er echt niet meer was. Op dat moment kon ik promotie maken en ik wist niet goed wat ik daarvan moest vinden. Mijn eerste reactie was natuurlijk dat ik Leonie wilde bellen. Ik was verantwoordelijk voor de eindredactie van nieuwsberichten en draaide wisseldiensten, inclusief nachtdiensten. Het contrast was zo groot: van de dood naar nieuws maken… Met de feestdagen in zicht begon het heel naar te worden. Ik voelde me steeds slechter en zocht opnieuw contact met een psychiater. Hij adviseerde me om het toch nog even te proberen. Dat deed ik. Tot het half april echt niet meer ging en een collega me midden tijdens de nachtdienst naar huis bracht.

Opname

Hij bleef bij me slapen en heeft de dag erop de psychiater gebeld. Een opname volgde. Ik dacht dat ik geholpen zou worden maar kwam in het afvoerputje terecht. De term ‘hel’ is misschien zwaar, maar zo was het voor mij wel. Ondanks het feit dat ik vrijwillig was opgenomen, zat ik wel tussen mensen die dat níét waren, met een rechterlijke machtiging of zo.

Al die kamertjes van bordkarton… Je kon alles van iedereen horen. Ik weet niet meer wat er nou echt gebeurd is en wat niet. Waarschijnlijk was ik voor de opname al psychotisch. Later begreep ik dat dat een psychotische depressie wordt genoemd.

Op hol

Toen kwam het voorstel om ECT (Elektro Convulsie Therapie, red.) te doen. Een spoed-ECT nog wel, ze waren  bang dat het verkeerd zou aflopen. In een ziekenhuis in een andere plaats bleek dat er ruimte was. Alleen moest ik daar dan wel op de gesloten afdeling worden opgenomen. Alles leek beter dan waar ik zat, dus deed ik het. De sfeer was godzijdank veel gemoedelijker dan op de PAAZ (Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis, red.) waar ik vandaan kwam. Twee hele maanden op de gesloten afdeling. Met alle spanningen die daar bij horen. Angst voor de isoleercel met van die kartonnen bakjes en hemden, douches met zo’n camera in de deur. Omdat ik psychotisch bleef kreeg ik op een bepaald moment zelfs Haldol (middel tegen ernstige vormen van onrust en psychoses, red.). Hetzelfde middel dat Leonie kreeg toen ze in een delier terechtkwam!

“Het is gewoon leegte, het is nergens, er is niks, een woestijn”

Na die twee maanden mocht ik naar de open afdeling. Ook daar moest ik mijn weg vinden. En er zou worden gestart met ECT. Daar was ik bang voor. Ik was ervan overtuigd dat dat een complot was om mij te vermoorden. En dood gaan wilde ik niet, ik heb nooit zelfmoordgedachtes gehad. Dat kun je je familie en vrienden niet aandoen.

In de MRI-scan als voorbereiding op de ECT werd ik zo angstig dat ik ben weggerend. Daardoor kon de hele ECT niet doorgaan en ben ik na een paar weken ontslagen. Natuurlijk ging het weer mis. En zat ik vier weken later weer op dezelfde plek. Ik volgde wel deeltijdtherapie in die tussenliggende periode. Figuurzaken en dat soort dingen. Dat je zaagje knapt, grmbl… Dat figuurzagen was een bevestiging van hoe diep ik gezonken was. Of een zonnebloem schilderen. Wist ik veel welke kleur die had. Dus maakte ik ‘m maar blauw en heb me op advies nog dezelfde avond laten opnemen.

ECT

Ik stemde volmondig in met ECT. Kennelijk had ik die vier weken nodig gehad om in te zien dat het écht niet ging. Bang bleef ik wel dat ze me na de narcose van de ECT alsnog naar de isoleercel zouden brengen. Gaandeweg werd mijn angst minder. In totaal heb ik tien ECT-behandelingen gehad en voelde hoe ik langzamerhand opknapte. Gesprekken werden anders, ik zou bijna zeggen dat het nog gezellig werd ook. Na die tien keer kreeg ik lithium (tegen bipolaire stemmingsstoornissen, red.) voorgeschreven waarvan ik 15 kilo aankwam. Dat nam ik voor lief. Alles beter dan een terugval! Beetje bij beetje mocht ik naar huis. Dat wilde ik ook graag, al vond ik dat spannend. Net zoals je rijbewijs halen. Je slaagt voor je rijexamen maar vindt het nog eng om daadwerkelijk alleen achter het stuur te kruipen.

Opnieuw weer aan het werk

Twee uur per dag om op te bouwen. Collega’s vonden me in mezelf gekeerd. Ook dat verbeterde langzaam. We zaten midden in een reorganisatie, daar hoorde een assessment bij. Daar heb ik aan meegedaan en dat was krap twee, drie maanden na die opname. Ben ik met vlag en wimpel doorheen gekomen, inclusief allerlei andere journalistieke tests.

Negen jaar stabiel

Dit hele verhaal stond ver van me af. Tot een paar weken geleden. Ik voel hoe ik wankel, dat sociale contacten moeizamer worden. Betrap mezelf erop dat ik langer over dingen moet nadenken. Natuurlijk ben ik direct alert. Heb meteen aan de bel getrokken en kon dezelfde week terecht bij nog steeds dezelfde psychiater. Dat is ook wat ik anderen wil meegeven. Schaam jezelf niet om hulp te vragen. Langer wachten betekent langer lijden – hoe cru dat ook klinkt. Er zijn overal zulke lange wachtlijsten!

Mij helpt het om de dag buitenshuis te beginnen. En om andere mensen met dit verhaal te helpen. Vandaar mijn bijdrage voor de Verhalenbank Psychiatrie. Tot slot wil ik van deze gelegenheid gebruikmaken om mijn familie en vrienden te bedanken. Zonder hen had ik het niet gered.”

 

* De namen Anton en Leonie zijn om privacyredenen gefingeerd.