Ik was een ander persoon

Er leek geen vuiltje aan de lucht in het leven van huisarts Jonathan*. Tot hij vorig jaar plotseling de weg kwijt raakte en herhaaldelijk moest worden opgenomen omdat hij een gevaar was voor zichzelf. Een ingrijpende ervaring die hij met de nodige rust, medicatie en de steun van zijn vrouw te boven kwam.

“Het begon met een hernia. Ik had heel veel pijn en werkte er te lang mee door.  Van de neuroloog kreeg ik steeds hogere doseringen morfine en corticosteroïden. Dat werkte een beetje als een pepmiddel. Aanvankelijk voelde het alsof ik de hele wereld aankon, maar ondertussen putte ik mezelf uit en sliep ik heel slecht. Terugkijkend denken verschillende experts dat ik een delier heb gehad.

Sneeuwbaleffect

Het werd een stroomversnelling die me zo uitputte dat werken niet meer ging. Samen met mijn vrouw ben ik er even tussen uit gegaan, naar een vakantiehuisje, vanuit het idee dat ik een beetje overspannen was. We zijn toen heel intensief aan de praat geraakt. Er kwam van alles boven uit het verleden: een vroegere verliefdheid, mijn positie in het gezin. Ik had het gevoel dat ik het allemaal niet goed had gedaan in het leven, raakte steeds verder verstrikt in allerlei ideeën. Ik verweet mezelf fraude en zou de eed van Hippocrates hebben geschonden. Het was gewoon één grote chaos in mijn hoofd. En ondertussen sliep ik maar niet en werd ik ook angstig. Mijn vrouw zag me steeds verder afdrijven en kon me niet meer bereiken. Ten einde raad liet ze me dingen opschrijven, om toch nog zicht te houden op wat er in me omging.

“Op een gegeven moment schreef ik letterlijk: ‘ben ik psychotisch aan het worden?’.”

Crisis

Op dat moment haalde ze mijn huisarts erbij.  Die had snel in de gaten dat ik niet toerekeningsvatbaar was. Ik had echt het idee dat ik dood beter af was, dus de crisisdienst werd ingeschakeld. Eenmaal opgenomen meende ik dat ik in een soort spel terechtgekomen was, waarbij psychiaters zich vermomden als bezoekers. Ze testten mij door vragen te stellen en lieten me circuits door de instelling afleggen. Ik heb er alleen flarden van herinneringen aan, maar mijn broer heeft audiotapes gemaakt van de gesprekken die we voerden. Achteraf is het aangrijpend, maar ook fascinerend wat ik allemaal beweerde. Ik kan me er totaal niet meer in verplaatsen.

Ondertussen at ik niks en sliep ik nog steeds beroerd. Daarom werd ik overgeplaatst naar een PAAZ om ook de nodige medische ondersteuning te kunnen krijgen. Daar klaarde het beeld wonderbaarlijk snel op. Ik kreeg forse hoeveelheden Lorazepam om te slapen. Na een paar dagen ging ik ook weer eten en kon ik normaal contact hebben met mensen. Rust, reinheid en regelmaat hebben me echt goedgedaan, en de psychiaters en verpleegkundigen waren fantastisch! Ze namen me zo vaak apart, gewoon om even te praten of te wandelen. Ze bemoedigden me en stelden me gerust als ik angstig was.

Terugslag

Na twee weken werd ik ontslagen. Toen begon het zoeken, het graven: wat is het nou geweest? En helaas was de nabehandeling was niet echt geregeld. Dus eenmaal thuis bleek ik nog erg kwetsbaar. Ik kon heel weinig aan, was snel emotioneel, werd steeds vlakker en zwijgzamer. Mijn vrouw verzon van alles om me op te peppen, maar ik kwam tot niets. Ik raakte echt depressief. Terugkijkend was het denk ik een reactie op wat ik had meegemaakt. Ik kon de opname en psychose, of delier, niet bevatten. Het was te overweldigend.

Ik werd suïcidaal en had steeds concretere plannen. Ik was al in de schuur gaan kijken… Opnieuw zag mijn vrouw dat het mis ging. Opnieuw intens contact. En nadat ik bekende dat ik er een einde aan wilde maken, kwam ik weer op een gesloten afdeling terecht, voor zes weken dit keer. Ik was ervan overtuigd dat ik nooit meer beter zou kunnen worden, maar dat gebeurde dus wel. Wat me over de streep heeft getrokken? Ik weet het niet precies. De medicijnen hebben zeker geholpen, maar ook gewoon de tijd om te herstellen denk ik.

Vangnet

Het was de ergste winter die ik heb beleefd. Samen met mijn vrouw heb ik het doorstaan en het heeft onze relatie verdiept. We zijn nog hechter geworden. Ze heeft zo gevochten voor mij. Zoals ze me steeds weer aan de praat kreeg, het bezoek afhield, me in bed stopte, alles organiseerde thuis. Ze heeft ook fases gehad waarin ze wanhopig was en niet meer wist wat ik nodig had. Dat heeft geleid tot opnames, en dat was goed. Ik heb veel steun ervaren en prijs mezelf daar gelukkig mee. Ziekte kan ook echt positieve dingen oproepen waar je na afloop dankbaar voor bent.

Inmiddels functioneer ik al weer maanden heel goed. Ik moest wel echt resocialiseren. Ik zag op tegen drukte of verplichtingen, maar ik heb het heel geleidelijk gedaan. Daarnaast heb ik met een psychotherapeut mijn leven doorgenomen. Het was zo goed om dingen op een rijtje te zetten.

Iedereen in mijn omgeving weet dat ik in een psychiatrische kliniek heb gezeten. Daar ga ik niet krampachtig over doen. Dan leg ik uit dat ieder mens kwetsbaar is. Ik ben werkelijk van het pad af geweest. Gelukkig ben ik er nu weer.”

 

* De naam Jonathan is vanwege privacyredenen gefingeerd.