Kom, we gaan weg, laat die mensen maar gewoon

Hij benoemt de positieve eigenschappen van zijn broertje als behulpzaam en lief. Toch houdt Luuk* (14) er rekening mee dat Stijn* (12) soms snel boos wordt. Of geïrriteerd. Luuk en zijn ouders proberen daar zo goed mogelijk mee om te gaan. Door van te voren altijd duidelijk te plannen. Omdat ze weten dat Stijn in eerste instantie altijd nee zegt. Om uiteindelijk tóch mee te gaan.

“Ik probeer niet heel erg op hem te letten. Natuurlijk denk ik weleens dat ik bepaalde dingen anders zou doen. Niet alles meteen zeggen bijvoorbeeld. Stijn doet het op zijn eigen manier. Maar heeft niet iedere oudere broer dat?

Afspraken

Het voelt thuis niet alsof het anders is dan bij anderen. Soms is er ruzie, maar dat hoort erbij. Mijn ouders houden rekening met hem door op tijd te zeggen waar we heen gaan en hoe laat. Dat vinden ze niet erg; ze vinden het juist fijn om Stijn te helpen. Dat is weleens lastig als ze een verrassing in petto hebben. Maar meestal wordt het dan alsnog leuk.
Als ik ergens over geïrriteerd ben, heb ik geen zin om ook nog rekening met Stijn te houden. Stom voorbeeld: we moeten om de week de vaatwasser uitruimen. Als er dan een dingetje in zit dat hij nodig heeft, zegt ie doodleuk: ‘ja jij hebt dienst, jij moet het eruit halen.’ Dat doe ik dan maar gewoon. Achteraf denk ik: ‘waar maakte ik me nou eigenlijk druk over?’

Schakelen

Als hij ergens mee bezig is en er komt ineens bezoek, dan wil hij graag afmaken waar hij mee bezig is. Voordat hij verder gaat met andere dingen wil hij eerst doen wat hij in z’n hoofd had. Hij vindt het ook lastig als er onverwachte dingen gebeuren, kan daar moeilijk soepel mee omgaan.

Toch naar speciale school

We zijn op dezelfde basisschool begonnen. Daar ging het niet helemaal lekker omdat klasgenoten hem uitlokten. Vonden het spannend om te zien of en hoe hij zou reageren. Dit jaar gaat hij naar de middelbare school, ook weer naar speciaal onderwijs. Het is de bedoeling dat hij examen doet in het regulier onderwijs. Daar werken ze naar toe. Hij vindt het geweldig dat er maar zo weinig kinderen in zijn klas komen, dat er rust is en hij zijn werk kan doen. Hij kwam helemaal enthousiast thuis, zo blij dat er maar zeven of acht kinderen in de klas komen.

Samen dingen doen

We doen veel dingen samen. Omdat hij van zoveel scholen is gewisseld heeft hij niet zoveel vrienden. Nu gelukkig wel, omdat hij al een paar jaar op dezelfde school zit. Vooral sporten vinden we leuk. En buitenspelen ook. In het weekend doen we vaak met z’n allen iets. Naar buiten of een spel spelen of gewoon op de bank zitten. En hij gaat ieder weekend met mijn moeder bootcampen.

Anders

Ik heb niet het gevoel dat ik iets tekort kom. Maar ik merk wel dat mijn ouders iets voorzichtiger met mijn broertje omgaan. Als ze iets willen vertellen doen ze dat eerst aan mij. Dan kijken ze eigenlijk of ik het een goed idee vind om het ook al tegen Stijn te zeggen. Verder doen ze niet echt anders, ik bedoel ze doen verder hetzelfde tegen ons. Hij krijgt niet meer aandacht of zo.

Contact maken

Stijn maakt snel contact. Hij stelt direct vragen als hij iets niet begrijpt. Hij is gewoon nieuwsgierig en stapt bijvoorbeeld zo op een serveerster af. Zelf zou ik denken van waarom zou ik dat vragen, het maakt me allemaal niet zoveel uit. Maar hij vindt dat als je iets graag wilt weten, dat je het gewoon kunt vragen. De meeste mensen reageren daar positief op. Laatst op wintersport waren er mensen die hem irriteerden. Dan wordt hij boos en help ik hem, van ‘laat die mensen maar gewoon’. Net zoals er kinderen waren die sneeuwballen naar hem gooiden. Dan kom ik wel voor hem op. Iedere broer wordt daar boos om.

“Als kinderen hem proberen uit te lokken, kom ik voor hem op. Iedere broer wordt daar boos om.”

Ondersteuning

Mijn ouders en Stijn praten regelmatig met iemand uit het ziekenhuis. Soms samen, soms apart. Er is ook een keer een mevrouw geweest die mij wilde helpen. Dat vond ik helemaal niks. Ze was wel aardig, dat wel. Als ik ergens mee zit ga ik gewoon naar mijn moeder.

Toekomst

Gelukkig gaat het bij mij op school goed. Vorig jaar was het moeilijker. Op dit moment sta ik alleen zevens en achten dus het ziet ernaar uit dat ik makkelijk overga. Aan het einde van dit schooljaar moet ik mijn profielkeuze inleveren, maar dat heb ik gisteren al gedaan omdat ik het al weet. Ik ga voor Natuur- en Gezondheid en Natuur en Techniek. Allebei tegelijk. Ik wil graag architect worden, in ieder geval bouwkunde gaan studeren. En met deze profielen kun je heel veel kanten op.
Stijn weet ook al welke kant hij op wil. Hij wil graag kok worden, is nu al aan het kijken hoe en waar hij dat kan volgen. Als we weleens in een restaurant zitten stelt hij daar allerlei vragen. Ik zie het nu al voor me om in zijn restaurant te gaan eten!”

*De namen Stijn en Luuk zijn vanwege privacyredenen gefingeerd.

Onderzoek

Dit verhaal hangt samen met een onderzoek naar de steunbehoefte van broertjes en zusjes (brusjes) van kinderen met een psychiatrische aandoening. Dit onderzoek werd uitgevoerd in het voorjaar van 2018 door Elien van Veldhuizen, 6e jaars geneeskunde student. Lees meer over het onderzoek, de resultaten en enkele praktische tips.