Niemand weet hoe we moeten stoppen met ruzie maken

Jelle* (8) heeft veel vriendjes, is muzikaal en zit op scouting. Zijn grootste uitdaging is de omgang met zijn oudere broers, Sam* en Jip*, een tweeling van 11 met ADHD. Het maakt Jelle verdrietig dat ze zo vaak ruzie met elkaar hebben. Ouders hebben tevergeefs gezocht naar begeleiding en advies voor Jelle. Nu weten ze het allemaal even niet meer.

“Ik ben niet de enige in mijn klas met broers die ADHD hebben. Bijna de hele klas van Sam en Jip heeft ADHD. Of dyslexie. En ik zit bij de meeste van hun broertjes en zusjes in de klas. Ik heb wel het gevoel dat de meesten minder druk zijn dan mijn broers. Want volgens mij zijn Sam en Jip gewoon écht druk. En aan die andere kinderen zie ik dat eigenlijk niet. Er zijn ook kinderen die het enige kind zijn dat hun ouders gekregen hebben. Het lijkt me heel anders om geen broers of zussen te hebben. Soms dan denk ik ook gewoon “Waarom bestaan ze”? Maar soms is het ook wel heel fijn om met Sam en Jip te spelen.

Geen speelafspraakjes

Ik ga vaak spelen met iemand uit school. Behalve op maandag want dan heb ik muziekles. Sam en Jip hebben dat eigenlijk niet echt. Ze spelen met niemand thuis. Met niemand. Ook niet bij anderen. En op school zag ik ze ook steeds als ik naar buiten keek alleen of samen. Nu spelen ze wel vaak met alle jongens buiten na school, dus ik denk dat ze wel steeds meer vrienden krijgen.

Niet te stoppen

Als je een broer of zus bent van kinderen met ADHD, dan heb je vaak wel heel veel ruzie. Bijna elke keer als ik met Sam en Jip ga spelen, krijgen we ruzie. En dan gaat het niet meer. Dan houdt het niet meer op. Soms is het gewoon dat ik met Sam ruzie heb of met Jip. Maar als het met allebei is dan gaan ze vaak met zijn tweeën tegen mij. Als ik “stop” zeg, dan stoppen ze vaak niet. Of als ik dan weg wil lopen gaan ze me achterna.

Vervelende grapjes

Sommige grapjes die ze maken zijn ook echt niet leuk. Dan gaat een van hun bijvoorbeeld mijn lievelingsknuffel verstoppen en dan zeggen ze “Ik weet niet waar hij is!” en uiteindelijk zeggen ze “grapje”. En dat soort grapjes vind ik dus niet zo leuk. Want soms als ik heel verdrietig ben, dan pak ik ook mijn lievelingsknuffel. En als ik hem niet meer heb kan dat niet. Het is ook wel twee keer gebeurd dat Sam en Jip zeggen, “Ik wou dat je niet geboren was” en daarna “grapje”. Dat zijn ook minder leuke grapjes.

Wie helpt?

Soms ga ik naar papa en mama toe en dan zeg ik gewoon tegen hun wat er gebeurd is. Een keer toen we hadden gepraat hielp het de volgende ochtend wel. Maar die middag leek het wel alsof Jip het al weer vergeten was. Die dingen die hij eerder deed, deed hij toen ook weer. En Sam, die vergeet ook snel dingen die hij eigenlijk niet echt belangrijk vindt.

“Papa en mama hebben heel veel voorbeelden gegeven hoe we kunnen stoppen met ruziemaken, maar dat helpt gewoon niet.”

En nu weten papa en mama het ook niet meer. Meestal loop ik gewoon weg. Maar ondertussen denk ik “Waarom is er niemand die weet wat ik moet doen”?”

* De namen Jelle, Sam en Jip zijn vanwege privacyredenen gefingeerd.

 

Onderzoek

Dit verhaal hangt samen met een onderzoek naar de steunbehoefte van broertjes en zusjes (brusjes) van kinderen met een psychiatrische aandoening. Dit onderzoek werd uitgevoerd in het voorjaar van 2018 door Elien van Veldhuizen, 6e jaars geneeskunde student. Lees meer over het onderzoek, de resultaten en enkele praktische tips.