Weet hoe je een eerste psychose uitlegt

Ze heeft het mooiste vak ter wereld. Dat staat voorop. Toch ziet Eline* als arts in opleiding tot specialist (AIOS) zeker ruimte voor verbetering. Zo ook op de gesloten afdeling Psychiatrie van een academisch ziekenhuis, waar ze met jongeren met een eerste psychose werkt. ‘We kunnen nog beter nadenken over waar iemand na ontslag naartoe gaat.’

“Binnen de psychiatrie ben je als onderzoeker zelf een instrument in de diagnostiek. Dat vraagt om een vermogen tot introspectie, wat begint met het luisteren naar patiënten, collega’s én jezelf. Dat laatste is belangrijk bij alles wat je doet: je blijft er evenwichtig door en verfijnt het diagnostische instrument. Ik hoop dat ze voelen dat we ze belangrijk vinden, dat we er voor ze zijn om ze te ondersteunen. De patiënten met wie ik werk hebben soms geen controle meer over hun gedrag of gevoel. Daar kunnen ze erg onder lijden. Aan dat laatste wil ik wat doen, het is de reden waarom ik dokter ben geworden.

“Ik wil dat patiënten zich gezien en gehoord voelen.”

Betrek snel de familie

Ik werk nu op een afdeling waar we jongeren met een eerste psychose behandelen. Een eerste episode is heftig, want het gebeurt vaak onverwachts en de ziekte is nog onbekend voor patiënt en naasten. Het is daarom ontzettend belangrijk om naast een goede en snelle behandeling ook de familie bij de behandeling te betrekken. Vandaar dat de dokters de familie zo snel mogelijk uitnodigen voor een heteroanamnese. Tijdens dat gesprek staat de voorgeschiedenis centraal. Wat is er de afgelopen tijd gebeurd? Hoe is het ziektebeeld ontstaan? Hoe is dat alles voor de familie geweest?’ ‘Bij een psychose is sprake van wanen, hallucinaties en formele denkstoornissen. Aan patiënten vertel ik dat dit komt door een teveel aan dopamine in de hersenen, wat het filteren van informatie moeilijker maakt. Ik merk dat patiënten vaak wel herkennen dat de filterfunctie verminderd is, dat ze erg gevoelig zijn voor prikkels en dat alles ertoe doet. Onze uitleg dient daarom aan te sluiten bij de beleving van de patiënt, hoewel het óók belangrijk is dat wij goed uitleggen waarom wij vinden dat er sprake is van een psychose. Soms verschillen de patiënt en ik over dat laatste van mening, maar dat kunnen we samen accepteren. “We zijn het niet eens over de diagnose, maar van welke klachten heb jij last?”, vraag ik dan.

Meer geld lost niet alles op

Ik heb het mooiste vak van de wereld. Toch zie ik zeker aanleiding tot verbetering. Bij mijn vorige baan kwam dat vooral door geldtekort en bezuinigingen. Open afdelingen werden opgeheven, wat op de andere afdelingen voor een enorme beddendruk zorgde. We konden behandelingen vaak net niet helemaal afmaken, wat ik erg lastig vond. Toch vraag ik me af of simpelweg meer geld alle problemen oplost. Meer geld haalt de extremen eraf, maar zomaar alle afdelingen weer openen is niet de oplossing. Mensen worden dan te veel opgenomen en te weinig vanuit hun eigen kracht vanuit de thuissituatie behandeld.

Op de afdeling psychiatrie spannen we ons in om patiënten de best mogelijke behandeling te geven. Wel kunnen we misschien nog beter nadenken over waar iemand naartoe gaat na ontslag en hoe de dag van die persoon er dan uitziet. Is hij voldoende voorbereid? Patiënten gaan nu te vaak naar huis zonder dat er vrijwilligerswerk is geregeld. Terwijl het zo belangrijk is om goed gestabiliseerd naar huis te gaan.

Zoeken naar continuïteit

Wie voor het eerst bij ons wordt opgenomen, heeft vaak nog geen ambulante behandelaar in de persoon van een poliklinische psychiater. We doen dan ook ons best om die te vinden voordat iemand na opname naar huis gaat, zodat er continuïteit van zorg is. Dat is soms best een uitdaging. We werken er hard aan en hebben veel initiatieven, maar die lopen nog onvoldoende. Ik voel me daar verantwoordelijk voor.

In de ideale wereld is er voorafgaand aan ontslag een bijeenkomst met alle betrokkenen. Denk daarbij aan de patiënt en zijn naasten, de behandelend arts en psychiater van de opnameafdeling en iemand van de ambulante behandeling. Maar ook aan mensen van de huisartsenpraktijk, het buurtteam en de dagbesteding. Zo zouden we ervoor kunnen zorgen dat iedereen precies weet wat er de afgelopen tijd is gebeurd en dat er een goed plan ligt. Goed, het lijkt me logistiek onhaalbaar. Maar als ik mag fantaseren zou zo’n bijeenkomst perfect zijn.”

 

* De naam Eline is vanwege privacyredenen gefingeerd.