Wij waren kinderen van ouders zonder ouders

Zoey*(27) groeide op in een onveilige omgeving. Haar ouders zijn vroeger zelf misbruikt en mishandeld en de geschiedenis herhaalde zich binnen hun eigen gezin. Zoey was als klein kind vaak ziek en voelde zich angstig. Ze kreeg verschillende diagnoses die achteraf niet helemaal bleken te kloppen, want haar angstklachten hadden een heel andere oorzaak. Toch waren behandelaren niet altijd bereid om daarin verder mee te denken.

“Rond mijn tiende werden autisme en een angststoornis bij mij vastgesteld. Over die diagnose heb ik altijd mijn twijfels gehad, maar de medicatie sloeg goed aan. Een paar jaar later werd ik opnieuw onderzocht en constateerde de arts een te hoog prolactinegehalte. Daarvoor kreeg ik weer andere medicatie. Het lastige met al die medicatie was, dat als het eenmaal aansloeg, de dosis vaak werd verhoogd en dat werkte averechts. Ik kreeg last van depressies, suïcidale gedachten en ik begon mezelf te automutileren. Ik wilde een nieuwe diagnose, maar mede door tussenkomst van mijn moeder gebeurde dat niet.

Tweede puberteit

Pas op mijn achttiende kwam ik bij een andere zorginstelling en werd ik eindelijk gehoord en gezien. Tot mijn verbazing adviseerden mijn behandelaren me de medicatie af te bouwen, om erachter te komen wat er werkelijk aan de hand was. Ik zou dan zeer waarschijnlijk een psychose krijgen. Toch ging ik akkoord, want ik wilde uitvinden waar mijn klachten vandaan kwamen. Ik kreeg inderdaad een psychose en maakte een soort tweede puberteit mee. Die emotionele groei had ik tot dusver misgelopen. Toen ik later voor het eerst zelfstandig onder begeleiding ging wonen, kreeg ik een vrijheid die ik nooit eerder had ervaren. Van mijn ouders mocht ik nooit alleen over straat, ik had geen eigen huissleutel en geen eigen geld. Nu had ik dat ineens allemaal wel en dat was zowel fantastisch als doodeng. Want wie was ik en wat wilde ik met mijn leven?

Op zoek naar liefde

Het moeilijkst vond ik het aangaan van een gezonde liefdesrelatie. De meeste vriendjes waren lief voor me, maar toch waren die relaties niet goed. Ik was wanhopig op zoek naar liefde. Als een vriendje niet naar me luisterde, schreeuwde ik soms tegen hem of smeet met dingen. Ik vond dat niet leuk van mezelf en ik wilde begrijpen wat er mis met me was. Met die vraag ben ik terug gegaan naar de zorginstelling, maar de behandeling verliep traag. Mijn therapeute ging er nog altijd van uit dat ik autisme had en dat het hele proces daardoor langzamer zou gaan. Daar was ik het niet mee eens, dus ik brak de behandeling af en ging zelf op onderzoek uit.

“Ze vertelde over alles wat haar dwars zat

en wat haar was aangedaan.”

Boksbal voor mijn moeder

Inmiddels ben ik erachter dat mijn broer en ik slachtoffer waren van parentificatie. Al als klein meisje had ik de rol van verzorger voor mijn psychisch zieke ouders. Ik was als een boksbal voor mijn moeder. Als ik uit school kwam, kon ik altijd een lange tirade van haar verwachten. Dan vertelde ze over alles wat haar dwars zat en wat haar was aangedaan. Ook ’s nachts werden we vaak uit onze slaap gehouden doordat één van onze ouders naast ons bed stond. Natuurlijk zag ik bij vriendinnetjes dat ouders ook warm en zorgzaam kunnen zijn. Daardoor realiseerde ik me steeds meer hoe onveilig het thuis was. Maar pas rond mijn 23e, toen ik op onderzoek uit ging, begreep ik dat daar de problemen in mijn eigen liefdesrelaties vandaan kwamen.

Ik stopte mijn behandeling

Rond mijn 25e, na een verhuizing raakte ik in een psychose. Ik was begonnen met een opleiding, en in combinatie met de verhuizing en de relatieproblemen was dat teveel van het goede. Ik kreeg een burn-out en zat vervolgens thuis zonder dagbesteding. De afdeling waar ik eerder werd behandeld,  was inmiddels opgeheven door een reorganisatie, dus ik was mijn oude behandelaren kwijt. Ik werd heel ziek, verloor veel gewicht en ik heb even op het randje van de dood geleefd. Toen ik eindelijk de crisisdienst inschakelde, kwam ik terecht op een andere locatie van mijn zorginstelling. Zij wilden dat ik weer medicatie zou nemen, terwijl mijn oude behandelaar juist had gezegd dat ik de komende jaren vooral géén antipsychotica moest slikken. Daarom heb ik uiteindelijk de behandeling gestopt.

Onprettige ervaringen met de zorg

Na tijdje maakte ik een afspraak met een wijkteam voor ondersteuning bij mijn financiën en administratie. Het wijkteam vond echter dat het vorige traject nog niet formeel was afgesloten, dus tijdens het gesprek kwam mijn vraag om ondersteuning helemaal niet aan de orde. In plaats daarvan moest ik verantwoording afleggen voor mijn gedrag van tijdens mijn laatste behandeling. Dat was geen fijn gesprek. En zo heb ik wel meer onprettige ervaringen met de zorg gehad. Soms werden hulpverleners boos omdat ik een bepaalde behandeling weigerde. En andere hulpverleners hadden hun mening al klaar zonder dat ze echt naar me luisterden. Daardoor mijd ik zorg inmiddels een beetje. Gelukkig heb ik zelf veel uitgezocht en dat heeft me ook in mijn kracht gezet.

Ik accepteer mijn psychische kwetsbaarheid

Lange tijd heb ik gedacht dat ik de band met mijn ouders moest behouden, tot bleek dat dat contact mijn herstel juist in de weg zat. Ik heb nu mijn eigen steunnetwerk om me heen. Wat ik heb meegemaakt zal ik altijd met me meedragen. Maar ik accepteer mijn psychische kwetsbaarheid, want ik weet wat ik moet doen als ik niet lekker in mijn vel zit. Ik volg een opleiding en loop op dit moment stage. Ik heb een paar dierbare vrienden, leuke buren en een fijn eigen huis. Zo zet ik steeds meer stappen en ik kijk hoopvol naar de toekomst.”

* Vanwege privacyredenen zijn namen en details aangepast.