Ik snak naar erkenning

Dat je leven op de kop kan worden gezet door een traumatische gebeurtenis ondervond Elisabeth* (60) aan den lijve. Al geruime tijd had ze haar chronische depressie onder controle, toen ze plotseling volledig onderuit werd gehaald door een familielid. Jarenlang zocht ze naar antwoorden en erkenning.

“Vanaf mijn puberteit herinner ik me al depressieve periodes. Alleen noemde ik het toen nog niet zo. Toen het later in mijn leven op mijn werk ook misliep, is er uitgekomen dat ik in een heftige depressie zat. Zo ben ik in de hulpverlening beland. Daar heb ik ontzettend veel van opgestoken: hoe die depressies gekomen zijn, hoe ik er mee om kan gaan en wat signalen zijn dat het misgaat.

Ik heb toen met hulp van therapeuten ook uitgevonden dat ik ben opgegroeid in een dysfunctioneel gezin, zoals dat heet. Het was onveilig op een bepaalde manier. Niet met fysiek geweld, maar je kon wel vernederd worden, er was geen ruimte om gevoelens te laten zien.

De depressies zijn nooit helemaal overgegaan. Toch had ik het gevoel dat ik het min of meer onder controle had, met de medicatie en door wat ik geleerd had. Als ik dan weer een vervelende periode had, vertrouwde ik erop dat ik er wel doorheen zou komen. Tot die traumatische gebeurtenis vier jaar geleden.

Donderslag bij heldere hemel

Vanwege mijn depressies werkte ik al heel lang niet meer. Maar ik deed altijd wel veel vrijwilligerswerk in de sociale sfeer. Als ik voor familieleden iets kon betekenen dan deed ik dat ook met alle liefde. Met mijn moeder had ik dagelijks contact, en zij wist: als er iets was zou ik zo bij haar op de stoep staan.

Mijn broer en ik waren ook dik met elkaar. We wandelden met elkaar, gingen bij elkaar op bezoek. We waren echt maatjes. Tot aan die bewuste avond. Er was toen het een en ander gaande in zijn leven. Hij had zijn woning en zijn werk opgezegd en logeerde zo nu en dan bij mij. Op een vrijdagavond zouden we eens rustig met elkaar praten omdat we kort daarvoor een stressvolle dag hadden gehad en niet ideaal hadden gecommuniceerd. Nou, van dat rustig praten is weinig terecht gekomen… Mijn broer is in een krankzinnige woede-uitbarsting – die drie avonden doorging – volledig tegen mij tekeer gegaan. Uit de losse flarden van zijn verhaal maakte ik op hij mij helemaal afkeurde. Ik was een boosaardige zus met gewelddadige karaktertrekken en daar had hij al sinds zijn jeugd onder te lijden. Ik was verbijsterd, snapte niet waar dit zo plotseling vandaan kwam. Ik voelde me verschrikkelijk. ‘Uitgekotst’ was het woord dat bij me opkwam.

Psychologen en ervaringsdeskundigen hebben me naar aanleiding van mijn beschrijving van zijn gedrag gezegd dat het goed zou kunnen zijn dat mijn broer een psychose had, of een ernstige vorm van manie. Hoe dan ook, de situatie was voor mij zo bedreigend dat ik een trauma heb opgelopen.

Ongeloof

Wat mij in enorme emotionele en psychische problemen bracht, is dat in mijn familie niemand geloofde wat er was voorgevallen. Mijn broer zelf ontkende alles. Ik raakte zo gefrustreerd dat ik heel veel ging drinken. Dat hielp natuurlijk ook niet om wie dan ook te overtuigen. Dus op een gegeven moment was het verhaal binnen de familie dat ik gek was geworden en er verder niets aan de hand was. Zo komt het dat ik op 56-jarige leeftijd mijn hele familie ben kwijtgeraakt.

Elke ochtend werd ik wakker met de gedachte: “Hoe kan het toch dat ze me allemaal in de steek hebben gelaten?” En met die gedachte ging ik ook weer slapen. Mijn vertrouwen in mezelf en anderen is ontzettend beschadigd door wat ik heb meegemaakt. Door alle narigheid ging ik ook mijn clubjes opzeggen: mijn yoga, mijn boekenclub, de fitness. In die periode lag ik zowat alleen nog maar op bed.

Van de psycholoog leerde ik mezelf vragen te stellen: “Is deze gedachte wel waar? Helpt het je om zo te denken?” Soms waren het ook heel praktische dingen die hielpen om op een ander spoor te komen. Even een rondje lopen of onder een warme douche staan. Maar blijkbaar werken die dingen alleen als de tijd er rijp voor is. Er waren ook tijden dat ik het nogal belachelijk vond om mezelf zo toe te spreken. Dan dacht ik: “Hou toch op, neem gewoon een glas wijn, dan voel je je lekkerder.”

“Wat mij in enorme emotionele en psychische problemen bracht, is dat in mijn familie niemand geloofde wat er was voorgevallen.”

‘Niets aan te doen’

Mijn grootste frustratie tot op de dag van vandaag is het gebrek aan erkenning voor het psychische geweld dat ik heb meegemaakt. Als je een ongeluk krijgt of fysiek mishandeld bent, dan krijg je tenminste steun en hulp waarop je verder kunt bouwen. Nu kreeg ik vanuit de hulpverlening te horen: ‘Je familie kunnen we niet veranderen, dus we moeten ons richten op andere dingen’. De psychologen die ik zag wilden steeds weer ingrijpen op mijn depressie en gebrek aan zelfvertrouwen. Ik zag daar ook wel de waarde van in, maar ik wilde focussen op wat mij overkomen was, waar ik me slachtoffer van voelde.
Ik heb wel een paar keer EMDR gehad. Daardoor is de heftigheid van die beelden en geluiden van die uitzinnige woede wel minder geworden. Maar ik vraag me nog steeds af hoe zoiets je zomaar kan overkomen, zonder dat de dader verantwoordelijk wordt gehouden.

Voorzichtige hoop

De afgelopen jaren heb ik heel lang het gevoel gehad dat ik er niet meer uit zou komen. Ik was radeloos en sleepte me maar voort. Maar er is toch heel langzamerhand een glimpje hoop ontstaan, omdat mensen om me heen volhielden en lieten zien dat ze om me gaven. Ik heb goede vrienden en een heel lieve partner die zich elke dag maar weer om me bekommeren. En schijnbaar maakt dat toch dat je het kan dragen op een zeker moment. Het geeft een soort bodem.

Ik heb nu het idee dat ik ook zonder familie nog iets moois van het leven moet weten te maken. Het is nog wel zoeken en ergens ben ik nog wel bang dat ik zomaar weer onderuit geschoffeld kan worden door een gebeurtenis. Maar ik voel me wel sterker. Ik voel weer grond onder mijn voeten.”

*De naam Elisabeth is vanwege privacyredenen gefingeerd.