Judith wilde niet dood; ze wilde een ander leven

Vier jaar later twijfelt Thea* er niet meer aan: het is goed zo. Na diverse pogingen beroofde haar dochter Judith* zichzelf van het leven. Verdrietig? Ja. En toch wist Thea dat het vroeg of laat zou gebeuren. De vraag was alleen: wanneer?

“Het was half elf in de ochtend toen ze me belde. Of ik haar wilde komen halen. Ze moest weg uit de instelling waar ze zat. Judith had met een stoel gegooid. Ik kleedde me snel aan en was er om elf uur. Ik kwam op haar kamer en vond wél haar ingepakte tas, maar geen Judith. Ik stopte haar tas in de auto en reed terug naar huis. Daar zette ik de televisie aan en zag meteen op teletekst dat een vrouw in botsing was gekomen met een trein. Ik wist direct dat ‘die vrouw’ mijn dochter was. Om half drie stond de politie op de stoep om te bevestigen wat ik al wist.

Boos

Natuurlijk was ik boos. Ze had weleens aan me gevraagd hoe ik het zou vinden als ze een einde aan haar leven zou maken. Dan vroeg ik haar of ze het alsjeblieft op een humane manier zou willen doen, zodat ik in ieder geval afscheid van haar kon nemen.

Al op jonge leeftijd anders

Toen Judith een jaar of vier was, merkte ik dat ze ander gedrag vertoonde. Maar de huisarts wimpelde me af omdat hij me een bezorgde moeder vond. Vijf jaar later gingen mijn man en ik uit elkaar. Judith was toen negen jaar. Toen haar vader weg was vroeg ze me een keer waarom ik eigenlijk kinderen had gewild. Natuurlijk zei ik dat ik kinderen leuk vind. Ze reageerde: ‘dus daarom ben ik op deze klotewereld waar ik niet thuishoor.’ Hoe moet je daar als ouder in godsnaam op reageren? Na de scheiding verergerde haar gedrag. Via een jeugdpsychiater kwam Judith in dagbehandeling. Ze is daar gebleven tot ze naar de jongvolwassenen moest. Daar ging het mis.

Frustratie

Ze ging uit huis toen ze nog maar 16 was. We botsten, zij en ik. We konden uren met elkaar praten, maar ik begreep haar niet en zij begreep mij niet. Als ík haar al niet begreep, wie begreep haar dan wel? Judith ging op kamers en aan het werk. Niet lang daarna kreeg ze een conflict met een collega. Ook dat was typisch Judith: het lag áltijd aan de ander, nooit aan haar. Ze meldde zich ziek. Judith is vaak verhuisd, maar voelde zich nooit ergens thuis. Dus kwam ze weer terug naar huis. Ze ging naar een dagbehandeling en kreeg op haar 18e  de diagnose borderline. We konden ons allebei niet in die diagnose vinden, maar daar is ze wel altijd voor behandeld.

Verkeerde diagnose

Een aantal maanden voor haar dood zei een behandelaar: ‘volgens mij heb jij helemaal geen borderline. Ik denk aan autisme, specifiek aan Asperger.’ En toen ging het ineens allemaal heel snel. Judith werd getest en binnen zes weken bleek dat ze klassiek autistisch was. Pas toen viel het kwartje. Maar Judith kon helemaal niet omgaan met deze nieuwe diagnose. Vanaf dat moment heeft ze allerlei suïcidepogingen gedaan. Echt de gekste dingen. Op een avond trof ik haar huilend aan, hartverscheurend was het. In al haar 36 jaar had ik haar nog nooit zó gezien, zó wanhopig. Ze wilde niet meer verder. Wat moest ik doen? Het was al avond! Godzijdank was er plek in het ziekenhuis. Daar is ze tot die bewuste dag geweest.

“Door die andere diagnose viel alles op zijn plek. Judith was geen herrieschopster, het was haar onmacht.”

Crematie

Er zijn zeker 120 mensen geweest. Vrienden van Facebook, maar ook mensen van de verschillende GGZ-instellingen. Ze waren er allemaal. Als ik de dvd terugkijk, dan denk ik van god, kind, wat waren er toch heel veel mensen die om jou gaven, alleen jij wist het niet. Ja, ze wist het wel, maar ze kon er niks mee. En ja, ze had in haar afscheidsbrief gezet dat we niet moesten treuren, omdat zij nu naar een plek ging waar ze zich goed voelde. Ik zet trouw elke week verse bloemen bij haar plekje van het columbarium neer.

Vier jaar later

De afgelopen vier jaar ben ik twee keer gediagnosticeerd met kanker. Daarbovenop bleek ik ineens een dubbele longembolie te hebben waar ik niets van heb gemerkt. Daardoor lag ik precies twee jaar na de dood van Judith op het randje. Ik had zo naar rust verlangd en nu kwam dit allemaal op mijn bordje. Dat voelde als een straf – na alles wat ik had gedaan. Mijn wereld stortte opnieuw in.

Ervaringsdeskundige

Sinds twee jaar werk ik als ervaringsdeskundige bij een instelling waar de meeste mensen een autistische diagnose hebben. En weet je wie ik daar laatst tegenkwam? De vrouw die in Judiths laatste team zat. Dat vond ik zo fijn! Ze heeft zich al die jaren verantwoordelijk gevoeld dat ze niets voor haar heeft kunnen doen. Ik vond het op mijn beurt fijn om te zeggen dat zij juist alles hebben gedaan wat in hun macht lag, en dat ik dat als heel prettig heb ervaren.”

*De namen van Thea en Judith zijn vanwege privacyredenen gefingeerd.

Zie je het leven niet meer zitten? Of maak je je zorgen over een ander? Neem dan gratis en anoniem contact op met de hulplijn van 113: Bel 0900-0113 of chat via www.113.nl.