De zoektocht van een KOPP-kind

gereedschapskistJan* (53) is een zogenaamd KOPP-kind (Kind van Ouders met Psychiatrische Problematiek). Hij komt uit een gezin waarbij de aandacht vooral naar zijn broertje ging. Na veel wisselingen in zowel zijn privéleven als in zijn werkende leven, liep hij vast in een burn-out.

“Mijn broertje is geboren met zuurstofgebrek. Met een geboorteafwijking dus. Logisch dat de meeste aandacht naar hem ging. Mijn ouders hebben flink geworsteld met alle problemen met mijn broertje. Dat, samen met andere factoren, maakte dat ik erg op mezelf was.

Onveilig

Ik kom uit een arbeidersgezin en weet welke rol armoede kan spelen. Thuis liepen er veel problemen door elkaar heen. Mijn broertje had driftbuien, de ruzies met de pleegmoeder van mijn vader die bij ons inwoonde. Geldproblemen, onvoorspelbaarheid. Dat gaf me vanaf mijn jongste jaren een gevoel van onveiligheid. Mijn overlevingsreactie was dat ik me afsloot en mijn gevoel en emoties heb gedempt. Mijn ouders hadden allebei last van depressieve gevoelens en zijn ook opgenomen geweest. Toen ik de pubertijd voorbij was, wist ik me geen raad met al mijn negatieve gevoelens. Daarom leek cognitieve therapie een logische stap. Helaas bracht dat weinig verandering.

Wisselingen

Door de jaren heen bleef ik onrustig. Ik miste het overzicht. Mede daardoor lukte het niet om mijn lesbevoegdheid te halen. Ieder jaar moest ik op zoek naar een andere school. Telkens waren er argumenten over mijn functioneren. In plaats van een ontwikkelpunt daarvan te maken, liep ik er min of meer voor weg. Dat wijt ik aan het feit dat ik uit een milieu kom waar mensen zijn geneigd hun verantwoordelijkheden buiten zichzelf te plaatsen. Het heeft dus wel even geduurd voordat ik kritisch naar mezelf kon kijken, hoe ik dingen anders had kunnen organiseren. Ik was vooral gefrustreerd dat mensen me niet begrepen. Uiteindelijk heb ik van 2000 tot 2012 lesgegeven. Tijdens deze periode werd ik geveld door een burn-out.

Ik wisselde vaak van baan en ook in mijn relaties liep het vaak stuk. Toen ik de diagnose ADD kreeg, vielen er wat puzzelstukjes op hun plek. ADD is het stille broertje van ADHD. Dat betekent dat ik heel druk kan zijn in mijn hoofd, associatief ben en alle kanten op kan gaan. In combinatie met de coping die ik als kind heb ontwikkeld, zorgde dat ervoor dat ik veel in mijn hoofd zat en niet met mijn gevoel bezig was. Ik was daardoor ook niet in staat de juiste hulpvraag te stellen. Met als gevolg dat ik van de ene cognitieve gedragstherapie naar de andere ging. Totdat ik na een burn-out in 2012 in aanraking kwam met schematherapie en mindfulness. Pas toen kwam ik in contact met mijn gevoel. Pas toen kon ik een diepere verbinding met andere mensen aangaan. Er ging een wereld voor me open.

Uitlaatklep

Op de middelbare school was ik op zoek naar een manier waarop ik me zou kunnen uiten. Ik kwam terecht bij het schooltoneel. Doordat ik in de huid van een ander kon kruipen, kon ik lucht geven aan basale emoties als boosheid en verdriet. Later leerde ik dat naast schematherapie ook mindfulness en een ervaringsdeskundigheidsgroep me hielp om dingen te plaatsen.

Inzicht

De afgelopen zeven jaar heb ik heel wat inzichten over mezelf verworven. Daarnaast heb ik de meerwaarde van lotgenoten ervaren. Dat gaf me herkenning en erkenning. Ook ontdekte ik door dat contact dat er een naam is voor dingen die ik in mijn leven heb ervaren. Aan de ene kant is dat relatief op late leeftijd. Aan de andere kant: het is niet té laat. Doordat ik hersteltrainingen heb gedaan, ben ik bij mezelf steeds beter gaan herkennen wat mijn mechanismes, triggers en patronen zijn.

“Ik stond altijd met één been buiten, dacht altijd ja, het is toch tijdelijk, het houdt toch op, ze gaat toch bij me weg.”

Deze zomer ben ik tien jaar getrouwd. Ik leerde haar kennen toen ik uit mijn burn-out kwam. Ze heeft wel wat crises meegemaakt. Ze heeft gezien hoe ik was en hoe ik ben veranderd. Doordat ik dingen kon aangeven, vanuit mijn gevoel kon handelen is deze relatie duurzaam. Zonder haar was ik niet zover als ik nu ben. Ik ben me ervan bewust dat ik door verbinding met mezelf, de verbinding met mijn vrouw en onze kinderen kan aangaan. Dat maakt dat mijn relatie met mijn vrouw een stuk diepgaander en steviger is geworden.

Dissociëren

Als ik toch uit verbinding ga, heb ik zelfs letterlijk iets afwezigs in mijn ogen. Dan ben ik toeschouwer in plaats van deelgenoot van datgene wat er om me heen gebeurt, ik maak er geen deel meer van uit. Ik reageer dan ook niet. Of later. Simpelweg omdat ik me niet betrokken voel.

Herstelverhaal

Sinds drie jaar werk ik als ervaringsdeskundige. Daardoor kwam ik in aanraking met een bepaalde methode voor systemisch werken, de Yucel-methode. Het laat je visualiseren, ordenen en voelen. Het gaat te ver om dat systeem helemaal uit te leggen, maar het komt neer op de vraag hoe jij jezelf op dat moment in je leven ziet staan. En te accepteren dat als er een stukje kapot is, dat nooit zal genezen of beter worden. Ik accepteer dat er dingen in mijn jeugd zijn gebeurd. Net zoals ik accepteer dat ik niet meer dezelfde ben als voor mijn burn-out. Ik ben veerkrachtiger geworden. Mijn eigen rugzak is een symbolische gereedschapskist geworden. Daarmee kan ik andere mensen helpen. Ik heb best een tijd gedacht dat ik er niet bij hoorde. Andere ervaringsdeskundigen zijn bijvoorbeeld zelf opgenomen geweest. Ik niet. Voelde me toch altijd een buitenbeentje.

Advies

Ik heb meegemaakt dat er óver mij werd gepraat in plaats van mét mij. Dat was niet bepaald helpend. Dan voerde een GZ-psychologe in opleiding een gesprek met mij terwijl de psychiater op afstand monitorde. Tot het moment dat hij er zelf bijkwam. Ik voelde me net een soort voorwerp. Dat vond ik pijnlijk. Het is iets dat veel mensen in de GGZ herkennen. Als ervaringsdeskundige probeer ik daar iets aan te doen. Praat mét mensen. Niet óver mensen. En vraag door.”

* De naam Jan is vanwege privacyredenen gefingeerd.