Dit is dus het gekkenhuis, en ik zit er middenin

Paul* (52) hield van uitgaan en dansen, maar was ook gevoelig voor verslavingen. Toen hij daarmee over de grens ging kwam hij in een psychose terecht. Hij leerde van zijn ervaringen en staat nu anderen bij die hetzelfde meemaken. Vertrouwen hebben in jezelf is voor hem een belangrijk onderdeel van zijn herstel.

“De eerste psychose die ik had was op mijn dertigste. Mijn ex-vriendin had moeite met herinneringen aan haar jeugd en daardoor was ik niet alleen haar lover maar ook haar psycholoog. Dat was niet goed voor ons. Uiteindelijk liep onze relatie stuk. Ik kon mijn verdriet en boosheid daarover moeilijk handelen en begon veel drugs te gebruiken. Twee weken lang sliep ik niet meer en werd bang om daardoor dood te gaan. De angst in me bouwde zich op. Daar raakte ik langzaam in verstikt.
Als een dood vogeltje zat ik bij de huisarts. Hij zei dat ik schizofrenie had en dat zoiets nooit meer goed kwam. De psychiater die ik daarna kreeg hielp me ook niet op weg. ‘Poep je nog? Pies je nog? Kun je nog lopen’ vroeg hij aan me. ‘Nou dan gaat het toch best goed? Hij dacht dat hij de juiste snaar raakte maar dat was een valse snaar. Ik dacht: ‘dit is dus het gekkenhuis, en ik zit er middenin’.

Vertrouwen in mezelf

Dat soort opmerkingen ondermijnde mijn herstel.. Toen ik weer eens huilend bij een psychiater zat, zei zijn stagiaire ineens: ‘Meneer, weet u wel dat u hiermee geholpen kunt worden? Dat het weer goed kan komen?’ Dat creëerde een opening voor mij. Het vertrouwen van anderen in mij was heel erg belangrijk voor me. Ik weet nog dat ik een goede jeugdvriend met mijn ouders hoorde praten. Ook hij benadrukte dat het goed met me zou komen. En hij is iemand die je op zijn woord vertrouwt… Wat mij ook hielp was dat ik onderzocht waar mijn klachten vandaan kwamen en hoe de omgeving invloed had op het ontwikkelen van mijn psychose.

Die onderzoeker heeft altijd in mij gezeten. Als kind trok ik bijvoorbeeld de roze sweater aan van mijn moeder en in mijn puberteit experimenteerde ik met make-up. Dat komt omdat ik creatief ben, ik hou bijvoorbeeld ook van theater en dansen. Toen ik later naar clubs ging, moest ik natuurlijk een showtje geven als de camera voorbij kwam. Ik wilde laten zien dat ik ertoe deed. Misschien kwam dat ook door het kind in mij dat te weinig belangstelling kreeg van zijn ouders.

“In een psychose ben ik poeslief en alleen maar verdrietig.”

Grenzen verkennen

Toen ik acht was voetbalde ik en deed dat heel sierlijk. De trainer omschreef me als een balletdanser. Toch zijn mijn ouders nooit komen kijken. Later zei ik tegen mijn vader dat ik dat jammer vond. ‘Ik hou niet van voetbal’, zei hij. Daar gaat het natuurlijk niet om. Mijn ouders waren jong toen ze mij kregen en wisten niet goed hoe ze mij moesten begeleiden. Zo was er geen financiële controle toen ik ouder werd en mijn eigen geld verdiende.

Ik wilde mijn grenzen verkennen en ging daar overheen. Op mijn eenentwintigste was ik verslaafd aan gokken en aan het bezoeken van prostituees. Daar gebruikte ik ook drugs bij. Mijn ouders kwamen daar achter en ik ben in groepstherapie gegaan. Dat was moeilijk, maar ik leerde daar wel wie ik was. En dat ik voor mezelf moest opkomen, mijn grenzen moest aangeven. Waakzaam moest zijn.

Geen smoesjes

Daarna is het nog wel een paar keer mis gegaan. Maar ik ben nu beter voorbereid op een crisis. Mijn signaleringsplan helpt me daarbij. Toen ik in het weekend psychotisch werd omdat ik drugs gebruikte, wist ik dat ik meteen naar de instelling moest gaan en eerlijk moest vertellen wat ik had gedaan. Geen smoesjes.

Ik kon altijd goed doen alsof er niks aan de hand was. Niemand zag dat het niet goed ging met me. Een psycholoog heb ik op die manier jarenlang in de maling genomen, maar dat doe ik niet meer. In mijn werk als ervaringsdeskundige leerde ik om een professionele houding aan te nemen hebben, maar ook om me kwetsbaar op te stellen. Zo ben ik dichterbij mezelf gekomen. Dat ik van de straat ben en humor heb vinden mijn cliënten fijn. Ik ben geïnteresseerd in wat er achter een mens zit. Als je iets in elkaar herkent heb je al gauw een gesprek. Ik krijg complimenten over mijn werk en ik voel me er als een vis in het water.

Verkeerd beeld

Ook met de rest van mijn leven ben ik tevreden, alleen een relatie mis ik nog. Toen ik een leuke vrouw ontmoette zag ze mijn trillende hand. Ze vroeg hoe dat kwam en ik zei dat het door de antipsychotica kwam. Daarna kreeg ik geen berichten meer van haar. Veel mensen denken dat iemand in een psychose agressief is. Maar als ik daarin zit ben ik poeslief en alleen maar verdrietig. Ik vind het jammer dat mensen zo’n verkeerd beeld hebben van een psychose. Het nieuws gaat vaak over geweldsincidenten, maar daarmee laten ze niet het hele plaatje zien. Iemand in een psychose is niet altijd agressief en je kunt ervan herstellen.

Helaas herstelt niet iedereen. Er zijn mensen zijn die in een psychiatrisch ziekenhuis zitten en daar niet meer uit komen. Dat vind ik een enge gedachte, ik wil daar niet in terechtkomen. De verleiding om drugs te nemen is er altijd. Maar dat is niet meer de moeite waard voor me, ook niet eens in de zoveel tijd. Ik ben nu een jaar stabiel en wil geen risico’s meer lopen. Een psychose is een heftige ervaring en het kost tijd om ervan te herstellen. Dat ik nu een normaal gesprek kan voeren, het overzicht kan bewaren en dat over kan brengen naar anderen, maakt me nederig en dankbaar.”

* Vanwege privacyredenen zijn namen en details aangepast.