Lang niet altijd zichtbaar: emotionele verwaarlozing bij kinderen

hand met infuusZo aan de buitenkant zag je niets bij Manon* en haar tweelingzusje Julia* (46). Maar ondertussen groeiden ze op in een instabiel gezinsleven waarbij niemand in de gaten had wat ze in emotioneel opzicht te kort kwamen. Met alle gevolgen van dien.

“Zodra ik een ziekenhuis binnenstap herken ik de geur. Daar ben ik jarenlang zo bang voor geweest. Dat triggert direct de opname van Julia. Ze sprong van een flat toen we nog maar vijftien waren. Ik val wel met de deur in huis hè? Laat ik maar bij het begin beginnen.

Ouders

Mijn vader is in Indonesië geboren en het eerste jaar van zijn leven opgevoed door een kindermeisje. Op zijn derde ging hij naar Nederland. Mijn moeder kwam als nakomertje toen de oudere kinderen al het huis uit waren en werd aan haar lot overgelaten. Zowel in de voorfamilie van mijn vader als die van mijn moeder komen psychiatrische stoornissen voor. Mijn ouders waren erg verliefd en naïef. Verschillende verhalen doen de ronde: dat mijn moeder heel bewust op haar zestiende zwanger werd om het huis uit te kunnen. De versie van mijn vader is anders, dus ik weet niet goed wat waar is en wat niet.

Mijn broer en wij

Mijn broer werd geboren en vijf jaar later kwamen wij. Hij was dus vijf jaar lang enig kind. Maar mijn moeder wilde graag een tweede kindje. In die tijd werd er nog niet gewerkt met echo’s. Ze wisten dus ook niet dat het een tweeling was en schrokken zich een hoedje toen wij geboren werden. Mijn broer kon niet verkroppen dat alle aandacht naar ons ging. Als reactie daarop trok hij zich terug op zijn zolderkamer. Hij was sowieso anders dan anders, gedroeg zich niet sociaal, maakte geen deel uit van het gezin. Vandaag de dag zou hij ongetwijfeld het etiket ‘autistisch’ hebben gekregen. Ik heb nooit een band met hem kunnen opbouwen.

Vijf jaar later

Mijn ouders gingen uit elkaar toen wij vijf waren. Moet je nagaan, toen was mijn moeder dus nog maar 25! Toen ik 25 was studeerde ik af! De scheiding bleek tijdelijk – tot de tweede scheiding een jaar later, die wel definitief bleek. We keken tv en toen ging m’n vader weg, met allerlei spullen op de auto. Dat staat op mijn netvlies.

Mijn moeder kon het niet aan en werd een soort van depressief. Dat maakte dat ze niet beschikbaar was voor ons. Emotioneel dan. Daardoor hebben Julia en ik ons aan elkaar vastgeklampt, als in een symbiotische verhouding. We hebben allebei een deel van onze ontwikkeling op ons genomen. Voor mij was dat verstand en sociale contacten. Voor Julia was dat gevoelens en ‘moeilijke dingen’. We waren samen één persoon, we deden alles altijd samen. Dat betekende dat we allebei de andere helft van onszelf niet kónden ontwikkelen.

“We deden alles samen. We gingen zelfs samen naar de wc.”

Waarschijnlijk heb ik aangevoeld dat Julia ziek was, ik weet het niet zeker. Na de scheiding zagen we mijn vader ongeveer één keer in de maand. Het contact bleef oppervlakkig, ik kreeg niet het idee dat hij het leuk vond om ons te zien. Hij heeft eigenlijk nooit kinderen gewild.

Concurrentie

Ik had veel ruzie met mijn moeder. Zij trok Julia altijd naar zich toe en probeerde ons uit elkaar te halen. Ze zei dat ik de negatieve eigenschappen van mijn vader had geërfd. Daarmee probeerde ze een wig te drijven tussen ‘het goede kamp’ en ‘het slechte kamp’, waarbij mijn moeder en Julia uiteraard in het goede kamp zaten. Ik vond haar geen goede moeder. Daarom denk ik dat ik het moederschap over Julia een beetje naar me toe heb getrokken; mijn broer nam al helemaal niet de rol aan van vervangende man van het gezin. Toen ik jaren later in therapie was kreeg ik de diagnose dat ik een geparentificeerd kind was: ik kreeg meer verantwoordelijkheden dan ik aankon. Dat gebeurt in situaties waarbij de ouder(s) het laat afweten en dat kan zowel in praktische als emotionele zin zijn. Het maakt me verdrietig dat niemand heeft ingegrepen. Mijn moeder was vooral met zichzelf bezig en mijn vader heeft zich altijd afzijdig gehouden.

Onzichtbaar?

We zijn één keer bij Jeugdzorg geweest. Daar hebben we een aantal gesprekken gehad. Het ging eigenlijk alleen om mijn moeder, hoe moeilijk het voor haar allemaal wel niet was. Ook daar was er niemand die constateerde dat de dynamiek binnen ons gezin niet goed was. Of dat gesignaleerd werd dat Julia en ik uitsluitend functioneerden als een twee-eenheid, maar niet als zelfstandige personen.

Op school hadden m’n zus en ik vaak heftige ruzies. Als we elkaar in de haren vlogen werden we uit elkaar getrokken en uit elkaars klas geplaatst. Tegenwoordig is er zoveel hulp. Allerlei organisaties, meldpunten en stichtingen voor van alles en nog wat. Toen niet.

Julia

Toen we veertien waren kon mijn moeder de opvoeding niet meer aan en is ze weggegaan. Mijn vader kwam bij ons in huis en ze hebben geruild van voogdijschap. Wij moesten in de rechtbank zeggen dat we bij onze vader wilden wonen, maar dat wilden we helemaal niet. We voelden ons in de steek gelaten door onze moeder. Mijn vader was kil en zakelijk in de opvoeding. Binnen een jaar ontspoorde Julia door de ruzies thuis. Het ging niet goed op school. Ze spijbelde, ging uit, kreeg een vriendje en kwam niet meer thuis. En toen is ze op haar vijftiende van een hoge flat gesprongen. Verschrikkelijk was het. Ze lag in een donkere kamer met allemaal slangen en apparaten. Het was traumatisch voor mij. Niemand heeft zich afgevraagd hoe dat voor míj was, of ík hulp nodig had. Ik ging in een pleeggezin wonen en op mijn zeventiende op kamers, zelfstandig maar begeleid. Julia raakte op haar zeventiende dakloos, ging zwerven en belandde in de prostitutie. In het dagelijks leven was ik een vwo-kakmeisje. Maar wel eentje die soms met haar dakloze tweelingzusje in slaaphuizen sliep.

Mijn ouders hadden zich teruggetrokken. Daarom probeerde ik zo goed mogelijk voor Julia te zorgen. Soms was ze spoorloos, soms zat ze in een buitenlandse gevangenis. Ze heeft op haar negenentwintigste een kindje gekregen van een man die ze had ontmoet tijdens een detoxweek voor alcoholverslaafden.

Emma

Dat kindje is Emma*, mijn nichtje dus. Omdat Julia als verslaafde moeder niet voor haar kon zorgen, heb ik zonder dat ze het wist geprobeerd Emma daar weg te halen en onder toezicht te plaatsen. Dat is niet gelukt. Toen heeft Julia Emma volledig aan mijn moeder ‘uitbesteed’. Hoe wrang is dat? Mijn moeder, die niet eens voor haar eigen kinderen kon zorgen!

Julia is ook een keer dronken van het balkon gevallen. Ze is twee keer wekenlang in coma gehouden. Ze is inmiddels zwaar gehandicapt en blind door haar destructieve gedrag. Ik heb enorme angst dat mijn zusje doodgaat. Het is nu vijf jaar dat ik geen contact meer met haar heb. Ik kan het niet meer aan.

“Niemand, helemaal niemand heeft aandacht aan mij besteed.”

Buitenkant

Aan de buitenkant ben ik een leuke en succesvolle vrouw. Het is niet te zien wat ik allemaal heb meegemaakt. Terwijl ik de rest van mijn leven met me meedraag dat ik uit een totaal mislukt gezin kom. Ik heb verlatingsangst met bindingsangst. Ik heb geen contact met mijn broer, met mijn vader of met Julia – alleen nog met mijn moeder en Emma, die sinds haar 10e weer bij mijn moeder woont. Ik heb mijn hele leven alles alleen moeten doen. Ik heb van mijn zestiende tot mijn vierenveertigste therapie gehad. Alles heb ik gehad: antidepressiva, haptonomie, EMDR, schematherapie… Ben zelfs een jaar opgenomen geweest. Heb een wilde periode gehad met drugs, uitgaan en mannen. Alleen door keihard te knokken is het me gelukt mijn vwo-diploma en mijn doctoraal te halen.

Motivatie

Daarom wil ik mijn verhaal delen. Als het zwart op wit staat, dan is er een soort van ‘bewijs’. Ook dat ik kan zeggen: die en die URL, lees dat maar, dat is mijn verhaal. Dat ik geoorloofd verdrietig mag zijn. En dat mensen verder kijken dan hun neus lang is. Want ogenschijnlijk ben ik een succesvol persoon; leuke baan, 2 kids, hoog opgeleid. Maar ik heb er voor moeten vechten om dit te bereiken, helemaal in mijn eentje. Ik wou dat er eerder in ons disfunctionele gezin was ingegrepen door de instanties. Het had misschien zoveel minder dramatisch hoeven lopen.”

* Alle namen zijn vanwege privacyredenen gefingeerd.

Zie je het leven niet meer zitten? Of maak je je zorgen over een ander? Neem dan gratis en anoniem contact op met de hulplijn van 113: bel 0900-0113 of chat via www.113.nl.