Praten en luisteren zijn net zo belangrijk als medicatie

Medicijnen zijn voor Rita* (60) een noodzakelijk kwaad en slechts een middel om de psychische klachten van schizofrenie onder controle te krijgen. Want de daadwerkelijke redding kwam uit een andere hoek: de steun van vrienden. Ze vond bij de mensen die dicht bij haar stonden het luisterend oor dat ze tijdens haar opname in haar eerste GGZ-instelling gemist had. Daar was het vooral pillen slikken en mond dicht houden, terwijl zij behoefte had aan verhelderende gesprekken en praktische sturing.

“Ik was veertig toen ik voor het eerst werd opgenomen. Als ik terugdenk aan die tijd, zie ik weer het moment voor me dat één of andere malloot daar midden in de huiskamer ging staan, zijn broek naar beneden trok en nog verder wilde gaan. Wij riepen de leiding erbij, maar die weigerde in te grijpen. De man kreeg geen reprimande, niks. Dat vind ik tekenend voor het beleid in die instelling. Problemen werden niet serieus aangepakt. Er werd niet praktisch gekeken van: ’hoe zit dat, hoe heeft dat zo kunnen komen en wat gaan we eraan doen?’ Nee, je kreeg medicijnen en dat was het dan. Of erger: de isoleercel. Bovendien verveelde ik me kapot, want de activiteitenbegeleiding werd steeds verder teruggeschroefd en daardoor miste ik structuur in mijn dag. Ik moest mijn tijd uitzitten, bij Gods gratie ben ik daar weggekomen.

Gedwongen medicatie

Voor mij is het onbegrijpelijk dat hulpverleners en instellingen zo vanzelfsprekend de oplossing zoeken in medicatie. Er werd mij niet gevraagd wat ik nodig had. Dat wordt voor je beslist en je hebt totaal geen inbreng. Ik werd gedwongen medicijnen in te nemen en dat vind ik gewoon een heel slechte zaak. In een andere instelling is het bijvoorbeeld weleens voorgekomen dat ik van een verpleegkundige een driedubbele dosis medicatie kreeg voorgeschoteld. Ik zei nog dat ik normaal maar één pil innam, maar hij dwong me er drie achter elkaar in te nemen. Achteraf bood hij zijn excuses aan, dat wel. Medicijnen zijn zinvol, maar praten en luisteren zijn net zo belangrijk. Want ik geloof dat mijn schizofrenie getriggerd is door trauma’s uit mijn kindertijd. En voor die onderliggende problemen was tijdens mijn eerste opname geen aandacht.

“Ik zei nog dat ik normaal maar één pil innam, maar hij dwong me er drie achter elkaar in te nemen”

Schizofrenie wordt gezien als raar

Het onbegrip dat ik heb ervaren, heeft denk ik ook te maken met mijn type aandoening. Want ik merk dat schizofrenie door de maatschappij als iets raars wordt beschouwd. Mensen begrijpen niet wat het is en denken dat je gek bent. Terwijl er voor iemand met een depressie wel begrip is, het lijkt wel of dat veel aanvaardbaarder is. Ik zou graag aansluiting vinden bij een groep waar ik over mijn psychische klachten kan praten, maar die is er niet. Mijn omgeving heb ik ook niet verteld over mijn diagnose, want ik schaamde me ervoor. Ik wil graag als mens worden gezien. Als een mens met een ziekte, maar niet als een ziek mens.

Steun van vrienden

Gelukkig heb ik al die jaren een paar dierbare vrienden om mij heen gehad. Het belang van dat vangnet werd voor mij duidelijk toen ik op mijn dertigste in een psychose raakte. Ik was in een andere wereld en ergens wist ik nog wel dat dat nonsens was, maar het is dan tegelijkertijd allemaal zo echt. Ik dreigde er helemaal in op te gaan, ik kon niet meer slapen en ik dacht niet aan eten. Toen ik op gegeven moment nog maar drieënveertig kilo woog, heb ik aan de alarmbel getrokken. Mijn toenmalige echtgenoot en een heel goede vriend hebben mij daar doorheen gesleept en hulp ingeschakeld. Zij luisterden naar me, namen me serieus en ik voelde me begrepen.

Warm bad

Zonder de onvoorwaardelijke steun van mijn vrienden was ik denk ik niet overeind gebleven. En zonder die steun had ik nu niet op mezelf gewoond, in een droomhuis! Wat ook bijgedragen heeft aan mijn herstel was de kennismaking met een centrum voor ontwikkeling en scholing rondom herstel waar ik nu nog wekelijks heenga. Ik kwam daar vier jaar geleden terecht en het was als een warm bad. Ze werken op basis van gelijkwaardigheid en dat merk je meteen als je binnenstapt. Er hangt zo’n fijne sfeer! Die instelling is een tweede thuis voor me geworden. Ik heb er veel geleerd en ik kon daardoor eindelijk knopen doorhakken over problemen met mijn familie. Er is aandacht voor wie je bent als mens en ik zou graag willen dat andere GGZ-instellingen en behandelaars daar een voorbeeld aan nemen. Want als het gaat over gelijkwaardigheid valt er nog een hoop te verbeteren aan de psychiatrische hulpverlening. Ik hoop dat mijn verhaal daaraan bijdraagt.”

* Vanwege privacyredenen is de naam Rita gefingeerd.