Collega’s: breek taboe open en laat zien wat je raakt!

Als lid van een multidisciplinair team maakte Nadia* (38) van dichtbij mee hoe een jonge patiënte werd ontslagen en nog diezelfde ochtend een eind aan haar leven maakte. Ze heeft daar altijd een akelig gevoel aan overgehouden, zich verantwoordelijk gevoeld. Er was nauwelijks ruimte om haar emoties te delen met het team. Daarom hoopt Nadia met haar verhaal duidelijk te maken dat je als hulpverlener wel degelijk je gevoel mag laten zien. Sterker nog: ze is ervan overtuigd dat dat voor iedereen helpend kan zijn.

“Twee maanden geleden kwam ik haar moeder tegen. Ik heb me altijd verantwoordelijk gevoeld toen haar dochter Lonneke* suïcide pleegde. Toen ik haar moeder tegenkwam, heb ik dat ook meteen tegen haar gezegd. En in plaats van dat ze me inderdaad als schuldige zag, schoten de tranen in haar ogen en zei ze dat juist die laatste opname de fijnste van allemaal was geweest. Zij keek terug met een goed gevoel. Stonden we daar allebei te huilen.

Praten

We hebben nog verder gepraat over hoe het destijds precies gegaan is, over Lonneke’s laatste telefoontje, wat ze toen heeft gezegd. En hoe het contact voor haar als moeder met onze afdeling is geweest. Ze vertelde dat ze veel contact heeft gehad met de betrokken psychiater. Wat ik zo jammer vind, is dat ik daar als lid van het team niets van heb meegekregen. Dat is een gemiste kans voor de pijn die ik heb gehad. Ik denk dat als ik daar wél bij betrokken was geweest, ik deze suïcide veel eerder een plek had kunnen geven.

Koerswijziging

Ik werkte als maatschappelijk werker op de crisisafdeling toen Lonneke bij ons werd opgenomen. Er waren heel veel hulpverleners bij haar betrokken vanuit diverse instellingen uit verschillende domeinen. En toch is het met z’n allen niet gelukt om Lonneke te helpen. Ik vond dat ze bepaalde rechten had. Ze wilde bijvoorbeeld graag naar een specifieke woonvorm, maar daar was een lange wachtlijst voor. En ondanks dat verschillende mensen daarmee bezig waren, vond ik het niet goed genoeg. Het lukte ook mij niet om te helpen omdat ik niet duidelijk kreeg wie wat deed. Ik zag de betrokkenheid van iedereen, echt waar. En toch hebben we met die grote groep hulpverleners gefaald in goede zorg. Ik heb altijd gedacht dat zij er niet meer is doordat wij niet goed samenwerkten. Daarom zet ik me nu heel erg in om de psychiatrie op een andere manier te organiseren.

“Lonneke is altijd in mijn gedachten gebleven.”

Van ketenzorg naar netwerkzorg

Ik wil graag dat alle mensen die bij dezelfde persoon zijn betrokken, met elkaar communiceren. Bij Lonneke werkten we in een soort ketenzorg met elkaar. Ik ben ervan overtuigd dat het géén keten moet zijn, maar dat we met elkaar juist een netwerk moeten vormen. Ik denk dat we daarmee suïcide kunnen voorkomen. Dat lijkt eenvoudiger dan het is. Er zitten zoveel muren en rare schotten in de GGZ. Ook hulpverleners lopen ertegen aan.

Met de kennis van nu…

Terugkijkend denk ik dat alle leden van Lonneke’s team heel erg op hun eigen verantwoordelijkheden waren gericht, met daarbij hun duidelijk afgebakende taken. Iedere hulpverlener was heel professioneel in de 1-op-1 relatie met Lonneke. Ik denk dat het goed is om een stapje terug te doen. Daarmee creëer je een helikopterview: wie is waarmee bezig? Het gaat niet alleen om óf medicatie óf alleen woonzorg. Er speelt altijd veel meer in iemands leven. Op het moment dat je werkt vanuit netwerkzorg kun je dat veel beter ondervangen.

Taboe

Er zat vier jaar tussen Lonneke’s dood en het moment dat ik haar moeder tegenkwam. Binnen het team hebben we er nooit over gesproken. Met uitzondering van een evaluatie een week na haar zelfdoding. Ik voelde op dat moment niet de ruimte om te vertellen hoe moeilijk ik het vond en hoe verantwoordelijk ik me voelde. Dat is misschien ook een beetje de cultuur binnen de psychiatrie. Nadat ik Lonneke’s moeder was tegengekomen besloot ik dit alsnog te delen met mijn ex-collega’s. Ik was benieuwd hoe anderen erop zouden reageren en wilde het gesprek openbreken. En ik merkte dat andere collega’s ook moesten huilen of vertelden over patiënten die in hun gedachten waren.

Waardevol

De confrontatie met Lonneke’s moeder vond ik in eerste instantie heel heftig. Maar ik besefte dat het veel erger was dat haar dochter er niet meer was, dan dat ik daar zelf nog mee zat. Daarom lukte het mij om me kwetsbaar op te stellen en open te zijn over mijn gevoelens. Ze reageerde daar met zoveel respect op. Dat is heel helend voor me geweest. Toen we elkaar daar in die gang tegenkwamen waren er veel andere mensen bij. Zowel hulpverleners als patiënten. Ook zij stonden te huilen. Patiënten vonden het mooi om te horen dat een hulpverlener zo betrokken is. Ik denk dat het contact tussen de mensen die achterblijven na een suïcide heel helpend kan zijn voor iedereen.”

* De namen Nadia en Lonneke zijn vanwege privacyredenen gefingeerd.

Zie je het leven niet meer zitten? Of maak je je zorgen over een ander? Neem dan gratis en anoniem contact op met de hulplijn van 113: Bel 0900-0113 of chat via www.113.nl.